Commissie Zorg, Welzijn en Cultuur
De provincie Noord-Brabant ontwikkelt samen met de gemeente ’s-Hertogenbosch een nieuw Museumkwartier in ’s-
Hertogenbosch. Het Museumkwartier wordt een nieuw deel van de binnenstad van ’s-Hertogenbosch, een plek waar
kunst en cultuur samenkomen in een mooie omgeving. Hiervoor wordt gebouwd rondom het Noordbrabants Museum
en dat kan in de omgeving overlast veroorzaken. Concreet gaat het om de volgende werkzaamheden: 1) de nieuwbouw
van het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch, in opdracht van de gemeente, en 2) de verbouwing en uitbreiding van het
Noordbrabants Museum, de restauratie van het zogenaamde Paleis, de restauratie en herbestemming van het
Waterstraatcomplex met voormalige Statenzaal en een centrale verbindingsgang in opdracht van de provincie Noord-
Brabant. Het eindresultaat is een waardevolle toevoeging voor de regio: een veelzijdig aanbod van kunst en cultuur met
nieuwe kansen voor ondernemers.
In december 2007 is het definitief ontwerp voor het Noordbrabants Museum door Provinciale
Staten goedgekeurd, inclusief de bijbehorende begroting van €25,12 mln. exclusief BTW. Op 20
maart 2009 hebben Provinciale Staten ingestemd met het voorstel het plan uit te breiden met een
sprinklerinstallatie (€1,45 mln.). Het totale bouwbudget komt daarmee op €26,57 mln. Op 10 juli
2009 hebben Provinciale Staten vervolgens nog een extra investeringskrediet vastgesteld van
€2,43 mln. ten behoeve van de post onvoorzien. Uitgangspunt bij deze budgetten was de uiterlijke
start van de bouwwerkzaamheden op 1 december 2009.
Volgens afspraak wordt uw Commissie bij de reguliere verantwoordingsmomenten en de
jaarrekening geïnformeerd over de stand van zaken betreffende budget en planning. Aanvullend
daarop is met uw Commissie afgesproken dat u ieder half jaar wordt geïnformeerd over de
voortgang van de verbouwing van het Noordbrabants Museum, waarbij het ritme van de
voortgangsrapportages aan GS wordt gevolgd.
Over de juridische en politieke actualiteiten, die elkaar de laatste maanden van 2009 in hoog
tempo opvolgden, en de gevolgen ervan voor de planning is uw Commissie op 6 en 27 november
reeds uitgebreid geïnformeerd. Hiervan heeft u op 3 december jl. ook een schriftelijke bevestiging
per e-mail via de griffie ontvangen. In dit voortgangsbericht zal slechts beknopt op de juridische en
politieke actualiteiten van de afgelopen maanden in worden gegaan, veel meer wordt beschreven
hoe de sturing op het project is geborgd en de risico’s ten aanzien van de voortgang worden
gemanaged.
Stand van zaken januari 2010
Gedurende de looptijd van het project, en in het bijzonder het afgelopen jaar, hebben uw
Commissie en Provinciale Staten verschillende malen hun zorgen uitgesproken over de voortgang
van het proces in relatie tot de uiteindelijke kosten van het project. Er is nadrukkelijk gevraagd
strak te sturen op planning en begroting.
Verschillende omstandigheden hebben ertoe geleid dat de planning om op 1 december 2009 te
starten met de bouwwerkzaamheden niet is gehaald. De belangrijkste is die van de procedures
rond de kap- en bouwvergunningen en de ‘hobbels’ in de samenwerking met de gemeente ten
aanzien van het moment van tenuitvoerlegging van de beschikbare vergunningen.
De uitspraak in de beroepsprocedure bij de rechtbank in ’s-Hertogenbosch op 17 november 2009
heeft ertoe geleid dat de gemeente een aanvullende en herstellende procedure ten aanzien van de
ruimtelijke onderbouwing bij de bouwvergunning moet doorlopen. Hierin zijn inmiddels
belangrijke stappen gezet.
De aanvullende en herstellende ruimtelijke onderbouwing is op 20 december jl. door de gemeente
bekend gemaakt in de Bossche Omroep, waarna de inzagetermijn is begonnen. Begin mei 2010
zal de aanvullende en herstellende procedure rond zijn.
Voor het overige zijn in de beroepsprocedure de bouw- en kapvergunningen in stand gebleven.
Bezwaarmakers hebben daarop in december 2009 tot twee maal toe een verzoek om voorlopige
voorziening tegen de tenuitvoerlegging van de kapvergunningen bij de Raad van State gevraagd.
Dit is ook tot twee maal toe afgewezen.
Op 17 december is daarom gestart met het kappen van bomen in de museumtuin ten behoeve van
het archeologisch onderzoek. Het verplaatsen van 9 bomen moest, als gevolg van de vorst in de
grond, worden uitgesteld naar 21 januari jl. Inmiddels is gestart met het archeologisch onderzoek
en liggen de werkzaamheden op schema conform de gewijzigde planning die in november jl. aan
uw Commissie is voorgelegd.
Hieronder wordt de voortgang van de verbouwing van het Noordbrabants Museum uitgewerkt
langs drie lijnen: de planning, de financiën en de risico’s.
Voortgang ten aanzien van de planning
Op hoofdlijnen is de planning als volgt: de start van de bouwwerkzaamheden is gepland uiterlijk 1
juli 2010, de oplevering van het verbouwde museum is gepland medio 2012 en de ingebruikname
eind 2012. Tot 1 juli worden alle voorbereidingen getroffen die nodig zijn om op die datum
daadwerkelijk te kunnen starten met werkzaamheden. De restauratie- en
onderhoudswerkzaamheden in het Waterstraatcomplex worden uiterlijk 1 maart 2010
aangevangen. Dat is nodig om in dit complex vanaf 2011 het Provinciaal Depot Bodemvondsten,
Erfgoed Brabant en het kantoor van het Noordbrabants Museum te vestigen, zodat met de
restauratie van het Paleis kan worden begonnen. NB. Zolang de bouw- en kapvergunningen nog
niet onherroepelijk zijn, en de Raad van State nog uitspraak moet doen in de bodemzaak, kunnen
bezwaarmakers een voorlopige voorziening aanvragen tegen de tenuitvoerlegging van
werkzaamheden. Indien werkzaamheden geschorst worden, kan dat leiden tot vertraging. De kans
hierop wordt vooralsnog als beperkt ingeschat, mede gelet op de uitspraken van de Raad van State
in december jl. en de termijn waarbinnen de Raad van State in december uitspraak in de toen
aangevraagde voorlopige voorziening heeft gedaan.
Zoals eerder genoemd heeft de gemeente naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van
17 november jl. een deel van de procedure ten aanzien van de bouwvergunning moeten herstellen.
Deze zal begin mei 2010 zijn afgerond. Bezwaarmakers kunnen naar aanleiding van deze
procedure hoger beroep aantekenen bij de Raad van State en een voorlopige voorziening
aanvragen. De kans dat dit tot grote vertragingen leidt wordt ook op dit punt vooralsnog als
beperkt ingeschat.
Omdat vertragingen als gevolg van juridische procedures ook in dit stadium niet kunnen worden
uitgesloten, vindt regelmatig overleg met onze juristen en die van de gemeente plaats over de
geplande werkzaamheden in relatie tot de vergunningen. Uitgangspunt is zoveel mogelijk
uitvoering te geven aan de kap- en bouwvergunningen binnen de juridische mogelijkheden die we
hebben. Daarnaast is een zorgvuldige en tijdige berichtgeving aan bezwaarmakers en andere
belanghebbenden en omwonenden onontbeerlijk, hetgeen dan ook steeds in het proces wordt
meegenomen.
Voortgang ten aanzien van de financiën
De indexering van de loon- en prijsstijging tot 1 december 2009 en de bouwkosten pakken lager
uit dan begroot, hetgeen op dit moment een gunstig effect heeft op het beschikbare budget. Daar
staat tegenover dat de directie- en adviseurskosten hoger zullen uitvallen dan begroot, als gevolg
van de ontstane vertraging en het intensieve extra werk ten behoeve van de juridische procedures
(met als gevolg extra inzet van juristen). Per saldo vallen de uitgaven en aangegane verplichtingen
in het project op dit moment binnen het door Provinciale Staten vastgestelde budget van €26,57
mln. (dus exclusief de post onvoorzien, deze middelen zijn nog niet aangesproken).
Iedere vertraging vanaf 1 december 2009 tot aan de start van de bouw leidt tot een indexering van
de loon- en materiaalkosten (PS-besluit 10 juli 2009). In juli 2009 werden deze vertragingskosten
geschat op ongeveer €75.000 per maand. Dit bedrag zal als gevolg van een lichte daling van de
landelijke BDB-index in de praktijk wat lager uit gaan vallen. Let wel, deze kosten worden nu nog
niet tot besteding gebracht, het betreft een weergave van de te verwachten extra kosten voor
aannemers gedurende de bouw van het project als gevolg van het feit dat later wordt gestart met
de bouw. Immers, in de tijd die we later zijn gestart heeft een ontwikkeling plaatsgevonden in de
loon- en materiaalkosten ten opzichte van de eerdere berekening in de offertes.
Er zijn maatregelen getroffen om het financieel beheer van het project nog beter te kunnen
monitoren. Standaard bestaat het financieel beheer uit 1) een budgetbewakingssysteem dat
dagelijks wordt bijgewerkt door de financieel projectmedewerker en 2) de kwartaalrapportages die
worden beoordeeld door de Financiële Begeleidingsgroep bestaande uit een externe controller van
PricewaterhouseCoopers, een controller van de directie Middelen en de controller van de directie
SCO. Er wordt op korte termijn een slag geslagen om het budgetbewakingssysteem van het project
beter te laten aansluiten bij het SAP-verantwoordingssysteem van de provincie. Bovendien is ten
behoeve van de financiële controle een maandelijkse toets door de controller van de directie
middelen ingevoerd.
Voortgang ten aanzien van de risico’s
Bij het aantreden van de Financiële Begeleidingsgroep in 2008 is een risicoanalyse uitgevoerd.
Daarbij zijn verschillende risico’s gesignaleerd die in meer op mindere mate een impact kunnen
hebben op de voortgang en de kosten van het project. Grofweg zijn de risico’s te groeperen als:
· procesrisico’s (zoals het verloop van juridische procedures, de kwaliteit van de communicatie
naar omwonenden en belanghebbenden);
· risico’s die volgen uit de samenwerking met de gemeente (zoals uiteenlopende politiekbestuurlijke
prioriteiten en het synergievraagstuk tussen het Noordbrabants Museum en het
Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch);
· risico’s ten aanzien van het Programma van Eisen (zoals het voordoen van nieuwe
ontwikkelingen of voortschrijdend inzicht, spanning tussen budget en kwaliteit);
· risico’s ten aanzien van de projectorganisatie (zoals het wegvallen van de projectmanager, een
gebrek aan kwaliteit van de projectorganisatie of –adviseurs).
Op de geïdentificeerde risico’s wordt, binnen de juridische mogelijkheden, maximaal gestuurd.
Zoals bevestigd in de afspraken met Provinciale Staten op10 juli 2009 vindt er in ieder geval
iedere twee weken een overleg plaats tussen de projectmanager en de directeur SCO en minimaal
maandelijks tussen de directeur SCO en de portefeuillehouder Cultuur. In de praktijk is het
overleg in de afgelopen 6 maanden veel intensiever gebleken als gevolg van het verloop van de
juridische procedures en de kwaliteit van de samenwerking met de gemeente. Hierdoor waren de
portefeuillehouder Cultuur en de directeur SCO steeds geïnformeerd over de meest actuele
ontwikkelingen waardoor bijvoorbeeld op het juiste moment op het juiste niveau druk kon worden
uitgeoefend richting de gemeente.
Dat heeft onder meer geleid tot een gezamenlijke proactieve opstelling (binnen de wettelijke
mogelijkheden) in de juridische procedures, wat er vooralsnog voor zorgt dat de uitloop in de
planning beperkt blijft. En dat is precies de koers die de komende periode ook gevolgd gaat
worden, zie ook de hierboven beschreven voorbereiding op een eventueel hoger beroep bij de
Raad van State naar aanleiding van de herstelprocedure ten aanzien van de bouwvergunning.
Naarmate de tijd verstrijkt en juridische procedures vorderen, verminderen de risico’s die impact
hebben op de planning, vallen er risico’s af en komen er nieuwe risico’s bij.
Lopende juridische procedures blijven vanzelfsprekend een aandachtspunt. Zie ook de
opmerkingen die gemaakt zijn ten aanzien van de planning.
De samenwerking met de gemeente verloopt op dit moment goed. De nieuwe
samenwerkingsovereenkomst met de gemeente is nagenoeg rond en wordt op 9 februari 2010
ondertekend door de projectdirecteuren/ambtelijk opdrachtgevers aan de zijde van de provincie
en de gemeente (is in geval van de provincie de directeur SCO). Deze
samenwerkingsovereenkomst is toegespitst op de fase van bouwvoorbereiding en –uitvoering.
Alertheid ten aanzien van de samenwerking blijft geboden zeker met het oog op de aanstaande
verkiezingen. Verschillende fracties in de gemeenteraad staan kritisch tegenover de plannen rond
het Museumkwartier.
Tijdens de laatste bijeenkomst van de Financiële Begeleidingsgroep zijn aandachtspunten genoemd
in de context van de verbouwing van het Museum die een relatie hebben met het project, maar
niet behoren tot het bouwproject als zodanig. Voorbeelden zijn de exploitatie van het museum en
de parkeergarage na oplevering, de inrichting van het museum, de huurders van ruimten in het
museum en het Waterstraatcomplex. Bekeken wordt in hoeverre deze een plek moeten krijgen in
de risico-analyse van het bouwproject.
Tot slot is tijdens de laatste bijeenkomst van de Financiële Begeleidingsgroep besloten op korte
termijn sessies te beleggen met stakeholders (zoals dat twee jaar geleden ook is gebeurd) om bij de
start van de bouw over een up-to-date risicomatrix te beschikken.
Planning volgende voortgangsberichten
Conform afspraak wordt uw Commissie bij de bestuursrapportages I en II en de jaarrekening
wederom geïnformeerd over de stand van zaken betreffende budget en planning. De volgende
voortgangsrapportage, zoals onderhavige rapportage, is gepland voor uw vergadering van 17
september. Vanzelfsprekend wordt u bij actuele ontwikkelingen die van invloed zijn op de
planning of de begroting tussentijds geïnformeerd.
| < Vorige | Volgende > |
|---|



